Urinecontrole

Voorbereiding voor het inleveren van urine

  • Neem uw temperatuur op. Het is belangrijk om te weten of u (geen) koorts heeft.
  • Zorg voor schone handen en een schoon geslachtsdeel: Was uw handen goed voor en na het inleveren van het urine-monster. Maak ook uw geslachtsdeel schoon voordat u de urine verzamelt. Dit helpt om vervuiling van het monster door bacteriën van de huid te voorkomen.
  • Gebruik een schoon potje om de urine op te vangen.
    • Als u zelf een potje gebruikt, zorg dan dat het goed schoon is om vervuiling van het monster te voorkomen.
    • Heeft u geen urinepotje? Dan kunt u een gratis pot ophalen. Dat kan bij de prikpost van het lab of bij de huisartsenpraktijk. Tip: neem tijdens uw volgende bezoek aan de huisartsenpraktijk een potje mee, dan heeft u er vast een voor de volgende keer.
  • Verzamel de urine op het juiste moment
    • Het is het beste om de urine ’s ochtends op te vangen, omdat deze dan meestal het meest geconcentreerd is.
    • Plas de eerste straal in het toilet. Plas de tweede straal in het urinepotje. Dit helpt om een goed meetresultaat te krijgen.
    • Kunt u maar heel weinig plassen? Vang dan ook de eerste straal op in het potje.
  • Bewaar urine in de koelkast. Als er meer dan 60 minuten tijd zit tussen het opvangen van de plas en het afgeven in de praktijk, bewaar de plas dan in de koelkast.

Tijdens het inleveren

We vragen u om een korte vragenlijst in te vullen op de praktijk.

Na het inleveren van de urine

  • U kunt na 15.15 uur bellen voor de uitslag.
  • Soms is er extra onderzoek nodig. Dit heet ‘dipslide’. Uw urine wordt dan 24 uur lang op kweek gezet. U krijgt de uitslag dan na afloop van die 24 uur.